Verlag: Universite de Poitiers, Tours
Anbieter: Robinson Street Books, IOBA, Binghamton, NY, USA
Verbandsmitglied: IOBA
Zustand: Very Good. Prompt Shipment, shipped in Boxes, Tracking PROVIDEDVery good copy with clean text. Published as Vol. III No.1 in Tours, 1965. Ownership signature on front endpage. Inscribed presentation copy, signed by the author.
Verlag: Hoger instituut voor kunstgeschiedenis en oudheidkunde van de universiteit van Gent (Gent), 1975
Anbieter: Untje.com, Roeselare, Belgien
Paperback. Zustand: Good. 1. Verkleuring. Dutch R.-A. D?Hulst brengt hulde aan emeritus professor doctor Firmin De Smidt; Frieda Van Tyghem geeft een bibliografie van diens geschriften; André Verplaetse behandelt bouwvergunningen en bouwvoorschriften in Vlaanderen van de elfde tot de dertiende eeuw; H.J.A. Van den Bossche onderzoekt de romaanse en gotische bouw van de Sint-Martinuskerk te Velzeke; W.P. Dezutter bespreekt de voormalige Sint-Nicolaaskerk van Hannekenswerve in Zeeland; Marie Christine Laleman behandelt het broedergebouw van Vauclair uit de dertiende eeuw; P.G. Pauwels analyseert het nieuw kasteel van Kortrijk (1394-1684) in een iconografische studie; H. Goethals-De Ridder levert een bijdrage tot de kennis van stadsversterkingen in het oude graafschap Vlaanderen van de middeleeuwen tot circa 1800; J.K. Steppe bespreekt een curiosum in de middeleeuwse iconografie met Maria Magdalena aan de voeten van Christus in de voorstelling van het Laatste Avondmaal; Katia Wittevrongel behandelt de restauratie van Gruuthuse te Brugge (1883-1911); Paul Chr. De Baere geeft opmerkingen over het begijnhof te Brugge; Frans Baudouin onderzoekt de ontwerper en datering van het Kolveniershof te Antwerpen; R.A.C. Van Driessche levert een bijdrage tot de studie van de profane architectuur in het Land van Waas; E. Dhanens maakt aantekeningen betreffende de restauratie van de kerk van Sint-Martens-Lierde; Anne-Marie De Bruyn bespreekt Jan Peter Van Baurscheit de Jonge en het stadhuis van Lier; M. Smeyers behandelt de eerstesteenlegging van de abdijkerk van Vlierbeek in 1776 en het werk van architect L.B. Dewez; Linda Wylleman bespreekt het Instituut der Wetenschappen binnen de universitaire gebouwen van de stad Gent; Frieda Van Tyghem analyseert de Vlaamse Kaai te Gent als voorbeeld van negentiende-eeuws eclecticisme; Günter Stamm behandelt monumentale architectuur en ideologie in het project van Henry van de Velde en Harry Graf Kessler voor een Nietzsche-monument te Weimar (1910-1914); Renaat Braem reflecteert over een kleine filosofie van het bouwen.
Verlag: Hoger instituut voor kunstgeschiedenis en oudheidkunde van de universiteit van Gent (Gent), 1975
Anbieter: Untje.com, Roeselare, Belgien
Paperback. Zustand: Very Good. 1. Dutch R.-A. D?Hulst brengt hulde aan emeritus professor doctor Firmin De Smidt; Frieda Van Tyghem geeft een bibliografie van diens geschriften; André Verplaetse behandelt bouwvergunningen en bouwvoorschriften in Vlaanderen van de elfde tot de dertiende eeuw; H.J.A. Van den Bossche onderzoekt de romaanse en gotische bouw van de Sint-Martinuskerk te Velzeke; W.P. Dezutter bespreekt de voormalige Sint-Nicolaaskerk van Hannekenswerve in Zeeland; Marie Christine Laleman behandelt het broedergebouw van Vauclair uit de dertiende eeuw; P.G. Pauwels analyseert het nieuw kasteel van Kortrijk (1394-1684) in een iconografische studie; H. Goethals-De Ridder levert een bijdrage tot de kennis van stadsversterkingen in het oude graafschap Vlaanderen van de middeleeuwen tot circa 1800; J.K. Steppe bespreekt een curiosum in de middeleeuwse iconografie met Maria Magdalena aan de voeten van Christus in de voorstelling van het Laatste Avondmaal; Katia Wittevrongel behandelt de restauratie van Gruuthuse te Brugge (1883-1911); Paul Chr. De Baere geeft opmerkingen over het begijnhof te Brugge; Frans Baudouin onderzoekt de ontwerper en datering van het Kolveniershof te Antwerpen; R.A.C. Van Driessche levert een bijdrage tot de studie van de profane architectuur in het Land van Waas; E. Dhanens maakt aantekeningen betreffende de restauratie van de kerk van Sint-Martens-Lierde; Anne-Marie De Bruyn bespreekt Jan Peter Van Baurscheit de Jonge en het stadhuis van Lier; M. Smeyers behandelt de eerstesteenlegging van de abdijkerk van Vlierbeek in 1776 en het werk van architect L.B. Dewez; Linda Wylleman bespreekt het Instituut der Wetenschappen binnen de universitaire gebouwen van de stad Gent; Frieda Van Tyghem analyseert de Vlaamse Kaai te Gent als voorbeeld van negentiende-eeuws eclecticisme; Günter Stamm behandelt monumentale architectuur en ideologie in het project van Henry van de Velde en Harry Graf Kessler voor een Nietzsche-monument te Weimar (1910-1914); Renaat Braem reflecteert over een kleine filosofie van het bouwen.
Verlag: Hoger instituut voor kunstgeschiedenis en oudheidkunde van de universiteit van Gent (Gent), 1975
Anbieter: Untje.com, Roeselare, Belgien
Paperback. Zustand: Very Good. 1. Potloodaantekening Dutch R.-A. D?Hulst brengt hulde aan emeritus professor doctor Firmin De Smidt; Frieda Van Tyghem geeft een bibliografie van diens geschriften; André Verplaetse behandelt bouwvergunningen en bouwvoorschriften in Vlaanderen van de elfde tot de dertiende eeuw; H.J.A. Van den Bossche onderzoekt de romaanse en gotische bouw van de Sint-Martinuskerk te Velzeke; W.P. Dezutter bespreekt de voormalige Sint-Nicolaaskerk van Hannekenswerve in Zeeland; Marie Christine Laleman behandelt het broedergebouw van Vauclair uit de dertiende eeuw; P.G. Pauwels analyseert het nieuw kasteel van Kortrijk (1394-1684) in een iconografische studie; H. Goethals-De Ridder levert een bijdrage tot de kennis van stadsversterkingen in het oude graafschap Vlaanderen van de middeleeuwen tot circa 1800; J.K. Steppe bespreekt een curiosum in de middeleeuwse iconografie met Maria Magdalena aan de voeten van Christus in de voorstelling van het Laatste Avondmaal; Katia Wittevrongel behandelt de restauratie van Gruuthuse te Brugge (1883-1911); Paul Chr. De Baere geeft opmerkingen over het begijnhof te Brugge; Frans Baudouin onderzoekt de ontwerper en datering van het Kolveniershof te Antwerpen; R.A.C. Van Driessche levert een bijdrage tot de studie van de profane architectuur in het Land van Waas; E. Dhanens maakt aantekeningen betreffende de restauratie van de kerk van Sint-Martens-Lierde; Anne-Marie De Bruyn bespreekt Jan Peter Van Baurscheit de Jonge en het stadhuis van Lier; M. Smeyers behandelt de eerstesteenlegging van de abdijkerk van Vlierbeek in 1776 en het werk van architect L.B. Dewez; Linda Wylleman bespreekt het Instituut der Wetenschappen binnen de universitaire gebouwen van de stad Gent; Frieda Van Tyghem analyseert de Vlaamse Kaai te Gent als voorbeeld van negentiende-eeuws eclecticisme; Günter Stamm behandelt monumentale architectuur en ideologie in het project van Henry van de Velde en Harry Graf Kessler voor een Nietzsche-monument te Weimar (1910-1914); Renaat Braem reflecteert over een kleine filosofie van het bouwen.