Gorter, Herman Mei

ISBN 13: 9789077932162

9789077932162: Mei

In het gedicht 'Mei' bezingt Gorter de liefde voor Wies Koopmans op wie hij in 1886 verliefd was geworden en met wie hij in 1890 zou trouwen. Het gedicht bestaat uit drie zangen. In de eerste zang komt Mei, geboren uit de zon en maan aan op een strand. Haar dode zus April wordt die nacht weggedragen. Mei begint de volgende dag een "tooverige tocht" door het Hollandse landschap, dat uitgebreid beschreven wordt. Ze ontmoet diverse mensen en mythische figuren en belandt uiteindelijk in een stadje. Daar treft ze de dichter en samen trekken ze nog rond door het landschap tot de dichter terugkeert naar de stad. In de tweede zang ziet Mei de jonge god Balder die door het landschap trekt en zijn leven bezingt. De blinde Balder leeft voor de muziek alleen. Als zijn lied afgelopen is, verdwijnt hij. Mei is zeer bedroefd en wordt in de nacht door de Maan getroost en gesterkt. De volgende ochtend gaat zij weer op zoek naar Balder. Ze reist door een sprookjesachtige wereld en via de wolkenspinster uit het noorden komt ze bij Wodan en de andere goden terecht. Deze weten echter niet waar Balder is, maar het feit dat Mei Balder gezien heeft, maakt de goden zeer vreugdevol. Mei blijft zoeken en na enkele dagen vindt ze Balder in een vallei. Zijn muziek doet vele wonderlijke beelden verschijnen en in zijn lied vertelt Balder opnieuw veel over zichzelf. Hij besluit zijn zang door te zeggen dat hij alleen voor zijn muziek leeft, dat is zijn ziel en in zijn ziel is hij een God. Mei weet dat er voor haar geen plaats is en zinkt terug naar de aarde. In de derde zang is Mei terug in Holland bij de dichter. Ze zwerven opnieuw door het Hollandse landschap en brengen de laatste dagen van Meis leven door in elkaars gezelschap. Als de laatste dag is aangebroken sterft Mei en wordt opgevolgd door haar zus Juni. De dichter neemt Mei mee naar het strand en begraaft haar daar.

Die Inhaltsangabe kann sich auf eine andere Ausgabe dieses Titels beziehen.

About the Author:

Herman Gorter (Wormerveer, 26 november 1864 - Sint-Joost-ten-Node, 15 september 1927) was een Nederlands dichter. Ook was hij medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij. Hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte Mei (1889).

From the Inside Flap:

'Ik heb iets willen maken van niets dan schittering en zonschijn', schreef Herman Gorter aan Willem Kloos toen hij hem in 1888 zijn zojuist voltooide gedicht Mei toestuurde. 'Het vuur, de warmte, de zon' wordt daarin het 'allerschoonste' genoemd. En al dat licht moest 'met de roem van adem' in taal, in een helder sprekende taal gebracht worden. Maar het gedicht vertelt ook een verhaal, waarmee de 25-jarige Gorter iets trachtte te zeggen over het menselijk bestaan.
Op haar tocht door het voorjaarsland ontmoet het meisje Mei, dochter van zon en maan, de dichter die ons haar geschiedenis vertelt. Na hun korte vrijage trekt zij verder, op zoek naar de godgelijke Balder, wiens lied haar onweerstaanbaar heeft bekoord. Zij verlaat de aarde, beweegt zich door hemelse gewesten, bezoekt het Walhalla van de Germaanse godenwereld, en moet tenslotte de onmogelijkheid van haar liefde voor Balder ervaren: hij wil alleen blijven met zijn eigen zielservaringen, haar verlangen naar een kind van hen beiden wordt niet vervuld. Mei keert terug naar de aarde, waar de dichter haar in haar laatste levensdagen liefdevol begeleidt.
Het verhaal mag dan een droevig einde hebben, het is wel voortgekomen uit Gorters heftig verlangen naar een ideale wereld van harmonie en schoonheid. En die vonden zijn lezers, sinds meer dan honderd jaar, in het droomdomein van zijn poëzie.
Deze uitgave werd bezorgd door Enno Endt en Mary Kemperink.

De eerste 20 regels van Mei:

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht -
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In 't boschje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald' over de bruggen, op den wal
Van 't water, langzaam gaande, overal
Als 'n jonge vogel fluitend, onbewust
Van eigen blijheid om de avondrust.
En menig moe man, die zijn avondmaal
Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
Glimlachend, en een hand die 't venster sloot,
Talmde een pooze wijl de jongen floot.

„Über diesen Titel“ kann sich auf eine andere Ausgabe dieses Titels beziehen.

(Keine Angebote verfügbar)

Buch Finden:



Kaufgesuch aufgeben

Sie kennen Autor und Titel des Buches und finden es trotzdem nicht auf ZVAB? Dann geben Sie einen Suchauftrag auf und wir informieren Sie automatisch, sobald das Buch verfügbar ist!

Kaufgesuch aufgeben